Interview

27 maart, 2015

‘Wanneer komt er een film over ons?’

“Het is alsof deze mensen niet bestaan voor de rest van de samenleving”, zegt de Zwitserse filmmaker Fernand Melgar van The Shelter over daklozen en ongedocumenteerden in Lausanne. Daily Matters was benieuwd naar de ervaring van Nederlandse migranten zonder papieren, en vroeg Abdullah en Mushin mee naar de film.

 

Hij zegt het maar meteen: zijn favoriete film is Scarface, met Al Pacino in de hoofdrol. Het is een heel ander genre, maar vandaag komt Abdullah toch samen met Mushin naar het filmhuis in Den Haag om The Shelter te bekijken, een documentaire over een daklozenopvang in Lausanne, Zwitserland.

 

Abdullah is een stevige en vriendelijke Afghaan in een Adidas-jack. Hij doet veel aan boksen, vertelt hij, om de tijd te verdrijven. Mushin komt uit Irak. Net als Abdullah ziet hij er verzorgd uit, zijn haar keurig geknipt en in de gel. Ooit was hij kapper. “Als ik in Nederland zou mogen blijven, zou ik morgen een kapsalon willen openen”, zegt hij.

 

Waar slaap je volgende week?
Allebei kwamen ze zo’n twaalf jaar geleden naar Nederland, op zoek naar veiligheid. Ze zwerven al jaren. Niet dat ze geen slaapplaats hebben, maar ze hoppen van opvangplek naar opvangplek. Ze hebben jaren in asielzoekerscentra gewoond. Mushin zat maanden in de gevangenis omdat hij geen papieren had. Vier maanden lang kampeerden ze allebei in een tentenkamp vlak voor Den Haag Centraal, daarna in een kerk. Momenteel verblijven ze in een tijdelijke opvang van de gemeente aan de Zilverstraat, samen met zo’n vijftien andere asielzoekers zonder papieren. In het pand naast hen is de winteropvang voor daklozen en verslaafden.

 

Na jarenlange procedures werden hun asielaanvragen lang geleden al afgewezen. Maar terug naar hun geboorteland konden ze niet. “Niet veilig”, zegt Mushin wanhopig, “het kan niet.” Abdullah: “Mijn hele leven is een soort interview.” Hij moet altijd weer alles uitleggen, zegt hij. Wie hij is, waarom hij hier is, waar hij woont, waarom hij niet teruggaat. “Het kan gewoon niet”, zegt hij streng.

 

Naast elkaar zitten ze in de filmzaal, Abdullah en Mushin. Frans Ohm is er ook. Hij maakt deel uit van steungroep rondom de asielzoekers aan de Zilverstraat. Al heel lang staan zij dag en nacht voor ze klaar. Ohm heeft vandaag de hele ochtend aan de telefoon gehangen met de Gemeente Den Haag, over de opvang aan de Zilverstraat, waar Abdullah, Mushin en de anderen eigenlijk een dag later uit hadden gemoeten. Het goede nieuws is: ze hebben eventjes respijt. Maar de onzekerheid blijft, waar zullen ze over een week slapen?

 

De spoken van de stad
De film begint. The Shelter is een kelder, zonder ramen, waar ’s nachts in stapelbedden plek is voor zo’n vijftig daklozen in Lausanne, de Zwitserse stad aan het meer van Genève. De camera volgt anderhalf uur lang op heel indringende wijze de klanten en medewerkers van deze opvang. Als de winter komt, wordt het steeds moeilijker voor de medewerkers om mensen buiten te laten staan. Maar er is geen andere mogelijkheid, de capaciteit is niet toereikend. Iedere avond staat er weer een grote groep buiten. Veel Roma-gezinnen en Afrikanen, maar ook Zwitserse daklozen, en immigranten uit andere landen. Ze proberen zich een weg naar binnen te duwen, vechten en schelden, om maar niet buiten te hoeven slapen.

 

De documentaire volgt onder meer Amadou uit Senegal, die naar Zwitserland kwam om een beter leven voor zichzelf en zijn familie te zoeken. Regelmatig slaapt hij op straat. In de film belt hij vanuit een slaapzak in een aftands schuurtje op een dag zijn moeder, aan wie hij niet heeft verteld hoe slecht het met hem gaat. “Kom terug naar Senegal”, zegt zijn moeder. “Ik wil je nog een keer zien voordat ik doodga.” Ze weet niet dat hij geen geld heeft. In de zaal begint er iemand te huilen. Mushin en Abdullah staren stil naar het scherm.

 

The Shelter is gemaakt door de Zwitserse filmmaker Fernand Melgar, zelf een zoon van migranten. Hij maakte eerder al twee documentaires over vluchtelingen in Europa, The Fortress en Special Flight. Toen hij twee jaar geleden op een ochtend met één van zijn kinderen in een park van Lausanne aan het spelen was, zagen ze twee daklozen die buiten sliepen. Melgar raakte met hen aan de praat, en leerde via hen ‘L’abri’ kennen. “Ze zijn een soort spoken in de stad”, zegt Melgar na afloop van de film over de daklozen in Lausanne. “Niemand ziet ze. Of wil ze zien. Ik wil tonen hoe Europa dit soort problemen bedekt. Het is alsof deze mensen voor een groot deel van de samenleving niet bestaan. Bovendien, als je dakloos bent, heb je ook geen stem. Ik wilde deze mensen een stem geven.”

 

‘Wij hebben geen keuze’
Die stem willen Abdullah en Mushin ook graag laten horen. Ze zouden de opvang in Lausanne niet met Nederland willen vergelijken, zeggen ze na afloop van de film terwijl ze cola drinken. Abdullah staart eerst een hele tijd droevig voor zich uit, maar uiteindelijk zegt hij: “Het is beter hier. In een asielzoekerscentrum heb je je eigen kamer. En je hoeft niet te duwen voor een slaapplaats.” Hij voelde verdriet tijdens het zien van de documentaire, zegt hij. “Het was pijnlijk.”

 

Mushin benadrukt meteen dat veel mensen in de documentaire in een heel andere situatie zitten dan zijzelf. “De Roma en de Europeanen, die hebben een keuze. Ze hebben papieren en zij kiezen ervoor om dit leven te leiden, om rond te zwerven. Wij hébben geen keuze. Wij zijn gevlucht, en we willen heel graag werken.” Wat hij wel herkent is het idee dat zijn problemen niet worden gezien. Maar klagen over Nederland, dat doet hij niet, net zoals Abdullah dat niet doet.

 

Altijd wachten
Abdullah en Mushin bleven in Nederland nadat hun asiel werd afgewezen, omdat ze geen andere mogelijkheid zagen. Ze bouwden hier bovendien een leven op, maakten vrienden, hadden relaties. Hoe ze hun dag doorbrengen? “Altijd wachten”, zegt Abdullah. “Ik wil zo graag aan het werk.” Op dit moment is de gemeente de dossiers van Mushin en Abdullah opnieuw aan het bekijken, misschien dat het toch nog mogelijk is voor hen om in Nederland te blijven. “Wanneer komt er een documentaire over ons?”, lachen ze.
Als Abdullah en Mushin zich opmaken om terug te reizen naar hun opvanglocatie, merkt Abdullah plotseling nog iets op. “Weet je wat me zo mooi lijkt?”, zegt hij. “Dat ik ergens kan werken, en dat ik dan een naamkaartje kan dragen, zodat ik iemand ben, en dat mensen dan ook weten dat ik het ben.”

 

De achternamen van Adullah en Mushin noemden we niet vanwege hun precaire situatie in Nederland.

 

Waar & Wanneer?

zaterdag 28 maart 2015 – 14:00, Zaal 2, Filmhuis Den Haag

Nagesprek: Bastiaan van den Noort spreekt met Fernand Melgar over keuzes die hij maakte tijdens het filmen van zijn documentaire.

Bestel kaarten hier.

Share Button


Comments are closed.

Back to Top ↑